Schriftelijke kamervragen

Bron: Partij voor de Dieren

Zomer 2011 werd er door een medewerker van Gemeente Amsterdam stadsdeel Centrum een melding aan het ministerie van Economische Zaken gemaakt van het doorknippen van een klimopstruik in de Rozenstraat, waar een mussenkolonie van ongeveer 80 mussen in woonde. Inmiddels is het 2013 en lijkt de mussenkolonie, hoewel in getal afgenomen, bijna gered te zijn.

In de zomer van 2011 gaf Eigen Haard de opdracht om een klimopstruik in de Rozenstraat, waarin mussen verbleven, te verwijderen. Voor deze werkzaamheden was er geen ontheffing van de Flora-en faunawet aangevraagd. Het doorknippen van een klimop waar huismussen in zijn gevestigd is een overtreding op de Flora- en fauna wet. Een melding van deze werkzaamheden werd gemaakt aan het ministerie. Die hierop een brief aan Eigen Haard stuurde met de vraag om herstellende maatregelen te nemen.

Een paar weken later bleek dat de klimop nog niet geheel was doorgeknipt en dat hierdoor geen overtreding van de Flora- en fauna wet had plaatsgevonden. Wel werd aan Eigen Haard de opdracht gegeven om alvorens de klimop verdord zou zijn herstellende maatregelen te nemen. Eigen Haard heeft hierna meerdere voorstellen gedaan voor aanvullende maatregelen, maar het ministerie kon deze niet goedkeuren door het uitblijven van essentiële informatie over de stand van zaken rondom de mussenkolonie. Het nemen van mitigerende maatregelen is maatwerk en vereist kennis over de soort en het gebruik van het gebied door de soort.

Op 10 oktober 2012 bleek na controle van de Voedsel- en Warenautoriteit dat de klimop inmiddels was verdord en dat deze geen plek meer kon verschaffen aan de mussenkolonie. Hiermee was Eigen Haard in overtreding. Het ministerie heeft hierna Eigen Haard gevraagd om nog voor de winter van 2012 met compenserende maatregelen te komen. Eigen Haard kwam wederom met compenserende maatregelen, die niet afdoende bleken te zijn voor de mussenpopulatie.

Het ministerie heeft Eigen Haard daarna laten weten dat de verblijfplaatsen van de mussen vóór 15 januari 2013 gecompenseerd dienen te zijn. De Partij voor de Dieren blijft vinger aan de pols houden in deze zaak.

De Partij voor de Dieren heeft dankzij goede tips van oplettende buurtbewoners meerdere malen schriftelijke vragen (26/11/2012 en 15/9/2011) gesteld aan de wethouder om de stand van zaken rondom deze mussenkolonie in de gaten te kunnen houden. Wij zijn deze oplettende buurtbewoner, die er tevens voor heeft gezorgd dat de mussen tijdelijk onderdak kregen en werden bijgevoerd, erg dankbaar. Het maken van een melding van werkzaamheden in de buurt van of in het groen of bij plekken waar dieren zitten bij het stadsdeel en/of ministerie blijkt hiermee een essentieel onderdeel van het beschermen van onze eigen leefomgeving.


Bron: Partij voor de Dieren

Amsterdam, 15 september 2011

Aan het college van burgemeester en wethouders

Inleiding.

In de wijkkrant Jordaan & Gouden Reael van september 2011 stond een ingezonden brief, getiteld: ‘Mussen in nood’.

Gezien het vorenstaande heeft ondergetekende de eer, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen te stellen:

1. Bent u bekend met dit bericht?

2. Enkele jaren geleden daalde het aantal Amsterdamse mussen tot een dieptepunt. Hoe gaat het anno 2011 met de mussen in Amsterdam?

3. Welke mussensoorten leven er nu in de stad? Hoe groot zijn de populaties? (Graag de mussenstand van 2008-2011 weergeven per jaar.)

4. Welke maatregelen heeft de gemeente Amsterdam getroffen of gaat de gemeente nog treffen om de mussenpopulaties te helpen herstellen?

5. In de brief staat dat op Rozenstraat … een groep van tachtig mussen woonde van ongeveer tachtig exemplaren. Hoe gaat het daar nu mee?

6. Klopt het dat er een klimopstruik tegen Rozenstraat … aan groeide en dat deze door woningcorporatie Eigen Haard is verwijderd?

7. Klopt het dat de klimopstruik van stadsdeel Centrum de status van beschermde mussenkoloniebroedplaats heeft gekregen? Welke waarde heeft deze status?

8. Is het verwijderen van een klimopstruik die is aangemerkt als beschermde mussenkoloniebroedplaats in strijd met de Flora- en Faunawet?

9. Mag een klimopstruik die is aangemerkt als beschermde mussenkoloniebroedplaats worden verwijderd? Zo ja, onder welke voorwaarden? Zo niet, hoe heeft het dan kunnen gebeuren dat deze klimopstruik toch is verwijderd door een woningcorporatie?

10. Hoe gaat het nu verder met de woningcorporatie? Klopt het dat er proces-verbaal is opgemaakt? Wordt de verwijderde klimopstruik geheel vervangen?

Het lid van de gemeenteraad,

J.F.W. van Lammeren

Antwoorden op de vragen:

Antwoord ontvangen op: 14-10-2011

In de wijkkrant Jordaan&Gouden Reael van september 2011 stond een ingezonden brief, getiteld: ‘Mussen in nood’.

Gezien het vorenstaande heeft vragensteller op 15 september 2011, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht:

1. Is het college bekend met dit bericht?

Antwoord: Het college is bekend met het bericht.

2. Enkele jaren geleden daalde het aantal Amsterdamse mussen tot een dieptepunt. Hoe gaat het anno 2011 met de mussen in Amsterdam?

Antwoord: In 2005/2006 is de verspreiding van de huismus in Amsterdam in kaart gebracht. Deze inventarisatie betrof alleen de huismussen die vanuit de openbare ruimte telbaar waren. Waarschijnlijk is een deel van de populatie huismussen op particulier terrein en in binnentuinen gemist. Voor de resultaten van deze telling zie http://www.amsterdam.nl/toeris... Tot nu toe is deze telling niet herhaald zodat niet is te zeggen of het anno 2011 ‘beter’ of ‘slechter’ is gesteld met de huismus in Amsterdam. Wel lijkt het erop (mondelinge mededeling stadsecoloog DRO) dat de huismus zich lijkt te herstellen en dat het aantal huismussen groeit.

3. Welke mussensoorten leven er nu in de stad? Hoe groot zijn de populaties? (Graag de mussenstand van 2008-2011 weergeven per jaar.)

Antwoord: In Amsterdam leven twee soorten ‘echte’ mussen namelijk de gewone huismus (Passer domesticus) en de ringmus (Passer montanus). Beide soorten behoren tot de familie van de Passeridae. De huismus leeft voornamelijk in het stedelijk gebied en de stadsrand terwijl de ringmus in Amsterdam alleen is te vinden in het agrarische buitengebied. De heggenmus (Prunella modularis) behoort tot de familie van de Prunellidae en is een insecteneter. De heggenmus is in Amsterdam een algemene broedvogel van tuinen, parken en bosplantsoen.

Door het ontbreken van telgegevens voor de periode 2007-2011 zijn er geen verspreidingsgegevens beschikbaar.

4. Welke maatregelen heeft de gemeente Amsterdam getroffen of gaat de gemeente nog treffen om de mussenpopulaties te helpen herstellen?

Antwoord: De Flora- en faunawet geldt voor iedereen. De gemeente Amsterdam heeft voor haar eigen handelen een zgn. gedragscode Flora- en faunawet opgesteld. In deze gedragscode staat ook, hoe om te gaan bij ingrepen waarbij de verblijfplaatsen van de huismus in het geding komen. In samenwerking met Bureau IPC De groene ruimte geeft DRO aan beheerders en personen die zich met beheer en RO bezig houden, cursus in Flora- en faunawet en gedragscode. Deze gedragscode is, in tegenstelling tot de Flora- en faunawet, niet van toepassing op het handelen van woningbouwcorporaties (en particulieren en bedrijven). Onder andere naar aanleiding van de hier naar voren gebrachte zaak rond de Rozenstraat, is door DRO met de vertegenwoordigers van de Vogelwerkgroep Amsterdam en de Gierzwaluwwerkgroep het initiatief genomen om een bijeenkomst te organiseren voor woningbouwcorporaties om ze te informeren over (i) in gebouwen voorkomende en door Flora- en faunawet beschermde soorten en (ii) over maatregelen om het leefgebied van soorten als huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen te verbeteren. Daarnaast wordt door de stadsecologen in voorlichting aangegeven hoe door middel van specifieke maatregelen de mussenstand is te verbeteren.

5. In de brief staat dat op Rozenstraat een groep van 80 mussen woonde van ongeveer tachtig exemplaren. Hoe gaat het daar nu mee?

Antwoord: In de binnentuin waar de woning van Rozenstraat aan gelegen is, leeft een grote groep huismussen. Hun beschutting maar ook hun broedplekken vonden de mussen voornamelijk in een grote klimopstruik. Deze klimopstruik groeide tegen de muur van het woongebouw. Doordat klimop aan de onderzijde is doorgeknipt is de klimstruik dood gegaan en zijn de bladeren er af gevallen. Hierdoor is een deel van de beschutting voor de groep huismussen in het binnenblok weg.

De beschutting voor de huismus is nu nog alleen maar te vinden in een paar dichte struiken in de tuin van mevrouw Hagens. Door het ontbreken van een goede beschutting zijn de mussen nu veel kwetsbaarder voor predatie door een sperwer of gaai. Beide predators worden regelmatig in de tuin gezien.

6. Klopt het dat er een klimopstruik tegen Rozenstraat aan groeide en dat deze door woningcorporatie Eigen Haard is verwijderd?

Antwoord: In opdracht van woningcorporatie Eigen Haard is door een hoveniersbedrijf de klimopstruik aan de onderzijde doorgeknipt en de plant is inmiddels dood. De doorslaggevende redenen die hiervoor is opgegeven door Eigen haard, betreft het groeien van de klimopstruik in de rookkanalen van wooncomplex en de moeilijke bereikbaarheid voor goed onderhoud. Het betreft hier namelijk geen openbaar toegangelijke tuin.

7. Klopt het dat de klimopstruik van stadsdeel Centrum de status van beschermde mussenkoloniebroedplaats heeft gekregen? Welke waarde heeft deze status?

Antwoord: Door het stadsdeel Centrum is alleen geconstateerd dat er veel huismussen in de klimop zaten. Wel heeft het stadsdeel erop gewezen de klimopstruik in relatie tot de mussenkolonie een beschermde status geniet. In de Flora- en faunawet (o.a. artikel 11) zijn zogenaamde vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen door de wet beschermd.

8. Is het verwijderen van een klimopstruik die is aangemerkt als beschermde mussenkoloniebroedplaats in strijd met de Flora- en Faunawet?

Antwoord: Ja, dat is in strijd met de Flora- en faunawet.

9. Mag een klimopstruik die is aangemerkt als beschermde mussenkoloniebroedplaats worden verwijderd? Zo ja, onder welke voorwaarden? Zo niet, hoe heeft het dan kunnen gebeuren dat deze klimopstruik toch is verwijderd door een woningcorporatie?

Antwoord: Een vaste rust- en verblijfplaats van huismussen mag niet zonder meer worden verwijderd. Voordat deze wordt verwijderd dienen er voldoende mitigerende maatregelen te zijn getroffen. Dat wil zeggen dat er tijdig alternatieve verblijfplaatsen in de vorm van nieuwe wintergroene struiken, klimbeplanting, nestgelegenheid etc. worden aangeboden, zodat de functie van een vaste rust- en verblijfplaats van huismus blijft bestaan.
10. Hoe gaat het nu verder met de woningcorporatie? Klopt het dat er proces-verbaal is opgemaakt? Wordt de verwijderde klimopstruik geheel vervangen?

Antwoord: Het stadsdeel Centrum heeft aangifte gedaan. Er is proces-verbaal opgemaakt door de Politie. De Dienst Regelingen van het Ministerie van EL&I die bestuursrechtelijk handhaaft en daarmee compenserende maatregelen kan afdwingen, handelt het uiteindelijk verder af. De woningcorporatie Eigen Haard heeft toegezegd om in overleg met de stadsecoloog een compensatieplan op te stellen en uit te voeren.


Bron: Partij voor de Dieren 

Inleiding

Uit de op 14 oktober 2011 door wethouder Dierenwelzijn goedgekeurde beantwoording van de op 15 september 2011 door de fractie van de Partij voor de Dieren ingediende schriftelijke vragen inzake mussen in de stad bleek dat de klimopstruik op Rozenstraat een vaste rust- en verblijfplaats is voor een mussenkolonie (zie Gemeenteblad 2011, afd. 1, nr. 827). Hierdoor is het weghalen of verstoren van deze klimop in strijd met de Flora- en Faunawet. Voordat de struik verwijderd zou worden, moeten compenserende maatregelen genomen worden. Uit de antwoorden blijkt dat Eigen Haard de klimop die tegen de muur van het woongebouw stond heeft laten doorknippen voordat compenserende maatregelen waren genomen. Hierdoor is de plant dood gegaan. De woningcorporatie Eigen Haard had hierna toegezegd om compenserende maatregelen te nemen, welke goedgekeurd moeten worden door het ministerie. Inmiddels is duidelijk geworden dat Eigen Haard twee compensatieplannen heeft ingediend bij het ministerie en dat beide zijn afgewezen. Eigen Haard heeft vervolgens samen met ministerie gekeken naar een andere compenserende maatregel. Onduidelijk is wat de laatste stand van zaken is rondom deze compensatieregel. Gezien het vorenstaande heeft ondergetekende de eer, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen te stellen:
1. Wat is de stand van zaken aangaande de mussenkolonie in de Rozenstraat? 2. Is de kolonie sinds het doorknippen en dood gaan van de klimop, die tegen de muur van het woongebouw stond, in aantal afgenomen dan wel verdwenen? Zo ja, is de oorzaak te zoeken in het doorknippen van de klimop? 3. Kan hiermee geconstateerd worden dat Eigen Haard een vaste rust- en verblijfplaats van mussen heeft aangetast alvorens compenserende maatregelen te nemen en dat de corporatie hiermee in strijd heeft gehandeld met de Flora- en Faunawet? Zo ja, wat zijn de (juridische) gevolgen geweest van het in strijd handelen met de Flora- en Faunawet voor Eigen Haard? 4. Wat is nu de stand van zaken aangaande de eventueel te nemen compensatiemaatregelen vanuit Eigen Haard? 5. Binnen welk tijdsbestek is Eigen Haard geacht om zorg te dragen voor de compenserende maatregelen? Wie houdt hier toezicht op en controleert de juiste afhandeling? 6. Kan de fractie van de Partij voor de Dieren bij de uiteindelijke afhandeling schriftelijk op de hoogte gebracht worden van de genomen maatregelen en de gevolgen hiervan voor de kolonie? Met andere woorden kan de fractie van de Partij voor de Dieren op de hoogte gehouden worden van monitoring en handhaving rondom de mussenkolonie op de Rozenstraat? 7. In de op 28 oktober 2011 door wethouder Dierenwelzijn goedgekeurde beantwoording van de op 15 september 2011 ingediende schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren inzake vleermuizen van 15 september 2011 is het volgende aangegeven (zie Gemeenteblad 2011, afd. 1, nr. 851): “• in opdracht van DMB ontwikkelt DRO een beslisboom voor ambtenaren die WABOaanvragen moeten beoordelen, zodat risicosituaties voor flora en fauna herkend worden; • door DRO is met vertegenwoordigers van de Vogelwerkgroep Amsterdam en de Gierzwaluwwerkgroep het initiatief genomen om een bijeenkomst te organiseren voor woningbouwcorporaties. Deze bijeenkomst is bedoeld om ze te informeren over i. in gebouwen voorkomende en door Flora- en Faunawet beschermde soorten en ii. over maatregelen om het leefgebied van soorten als huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen te verbeteren.” Kan het college aangeven wat de huidige stand van zaken is van deze maatregelen? Het lid van de gemeenteraad, J.F.W. van Lammeren Antwoorden op de vragen:Antwoord ontvangen op: 26-11-20121.Wat is de stand van zaken aangaande de mussenkolonie in de Rozenstraat?Antwoord: Volgens de bewoonster zitten er nog steeds huismussen in de achtertuin van Rozenstraat…. Het aantal is wel verminderd van ongeveer tachtig naar ongeveer veertig (door haar zelf geschat).2.Is de kolonie sinds het doorknippen en dood gaan van de klimop, die tegen de muur van het woongebouw stond, in aantal afgenomen dan wel verdwenen? Zo ja, is de oorzaak te zoeken in het doorknippen van de klimop?
Antwoord: De kolonie is nog niet verdwenen. Het kan niet worden uitgesloten dat het doorknippen en afsterven van de klimop heeft bijgedragen aan de afname van de getalsgrootte van de groep mussen. De bescherming die de klimop tegen rovende vogels bood is minder geworden.3. Kan hiermee geconstateerd worden dat Eigen Haard een vaste rust- en verblijfplaats van mussen heeft aangetast alvorens compenserende maatregelen te nemen en dat de corporatie hiermee in strijd heeft gehandeld met de Flora- en Faunawet? Zo ja, wat zijn de (juridische) gevolgen geweest van het in strijd handelen met de Flora- en Faunawet voor Eigen Haard?
Antwoord: Er is in juli 2011 proces- verbaal opgemaakt door de politie, in verband met overtreding van artikel 11 van de Flora- en Faunawet. De Dienst Regelingen van het Ministerie van EL&I, nu EZ, die bestuursrechtelijk handhaaft heeft de afhandeling overgenomen. Deze Dienst heeft geprobeerd om met Eigen Haard afspraken te maken over compenserende maatregelen in de vorm van begroeiing en alternatieve nestmogelijkheden voor de doorgeknipte klimop in de vorm van nestkasten en zij heeft de voortgang actief gevolgd.
4. Wat is nu de stand van zaken aangaande de eventueel te nemen compensatiemaatregelen vanuit Eigen Haard?
Antwoord: De Dienst Regelingen vond het laatste voorstel van Eigen Haard onvoldoende en heeft op 11 december 2012 een Last onder dwangsom opgelegd. Hierin wordt aangegeven dat de woningbouwcorporatie voor 15 januari 2013 een voorgeschreven compensatie moet hebben aangebracht. Het schrijven van de Dienst Regelingen is bijgevoegd.
5. Binnen welk tijdsbestek is Eigen Haard geacht om zorg te dragen voor de compenserende maatregelen? Wie houdt hier toezicht op en controleert de juiste afhandeling?
Antwoord: Zie antwoord op vraag 4. De Dienst Regelingen houdt toezicht op de juiste afhandeling.
6. Kan de fractie van de Partij voor de Dieren bij de uiteindelijke afhandeling schriftelijk op de hoogte gebracht worden van de genomen maatregelen en de gevolgen hiervan voor de kolonie? Met andere woorden kan de fractie van de Partij voor de Dieren op de hoogte gehouden worden van monitoring en handhaving rondom de mussenkolonie op de Rozenstraat?
Antwoord: Met de Dienst Regelingen is afgesproken dat het Stadsdeel Centrum en de DRO op de hoogte zullen worden gehouden van de ontwikkelingen. DRO zal de fractie van de Partij van de Dieren op de hoogte verder informeren.
7. In de op 28 oktober 2011 door wethouder Dierenwelzijn goedgekeurde beantwoording van de op 15 september 2011 ingediende schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren inzake vleermuizen van 15 september 2011 is het volgende aangegeven (zie Gemeenteblad 2011, afd. 1, nr. 851): “• in opdracht van DMB ontwikkelt DRO een beslisboom voor ambtenaren die WABO-aanvragen moeten beoordelen, zodat risicosituaties voor flora en fauna herkend worden; • door DRO is met vertegenwoordigers van de Vogelwerkgroep Amsterdam en de Gierzwaluwwerkgroep het initiatief genomen om een bijeenkomst te organiseren voor woningbouwcorporaties. Deze bijeenkomst is bedoeld om ze te informeren over i. in gebouwen voorkomende en door Flora- en Faunawet beschermde soorten en ii. over maatregelen om het leefgebied van soorten als huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen te verbeteren.” Kan het college aangeven wat de huidige stand van zaken is van deze maatregelen?”Antwoord: Het document bij de beslisboom is nog niet helemaal afgerond. Via de Federatie van Woningbouwcorporaties is getracht om een bijeenkomst te organiseren. Dat is tot op heden niet gelukt.